Gemeenten hebben moeite met energieakkoord

Gemeenten zien veel kansen in verduur­zaming van het eigen vastgoed, energiebesparing bij huishoudens en in kleinschalige burger­initiatieven. Tegelijk worstelen ze met hun eigen rol en de verdeling van de beperkte middelen om hun klimaatdoelstellingen te halen. Zo had de helft van alle gemeenten begin dit jaar nog geen goed zicht op wat het Energieakkoord nu echt voor hen gaat betekenen. De uitvoering van het Energieakkoord is voor veel gemeenten daarom een flinke uitdaging. Dat blijkt uit de Gemeentelijke Barometer Fysieke Leefomgeving die advies- en ingenieursbureau Royal HaskoningDHV en de Vereniging van Nederlandse Gemeenten (VNG) vandaag in Dordrecht hebben gepresenteerd tijdens het VNG-jaarcongres. Ed Nijpels nam het eerste exemplaar in ontvangst.

‘Het is vooral een kwestie van gemeenten’, zei Ed Nijpels, voorzitter van de borgingscommissie van het SER-Energieakkoord, onlangs over de uitvoering van dat akkoord, ‘gemeenten zelf zien de uitvoering van hun taken uit het Energieakkoord nog als een flinke klus. In het akkoord wordt gemeenten gevraagd een actieve rol te nemen bij de vormgeving van de ‘energieke samenleving.’ Bijvoorbeeld door het faciliteren van initiatieven voor decentrale energieopwekking en het besparen van energie in bestaande gebouwen, zowel privaat als publiek.

Volgens Kees Jan de Vet, lid van de directieraad van de VNG, is het begrijpelijk dat begin 2014 veel gemeenten nog niet precies wisten welke gevolgen het Energieakkoord voor hen heeft. “Niet voor niets is het ondersteuningsprogramma van de VNG in maart van start gegaan. In dat programma helpen we gemeenten op weg en ondersteunen we hen bij het realiseren van de doelen uit het Energieakkoord.”

Beperkte middelen
Gemeenten hebben te weinig financiële of personele middelen voor de uitvoering van het Energieakkoord. Toch zijn ze wel druk aan de slag op het gebied van energie. Gemeenten haken vooral aan bij kleinschalige initiatieven, waarin ze samen met inwoners de handen ineen slaan en resultaten boeken. De focus van het gemeentelijk energiebeleid lijkt daarmee niet zozeer op ‘Den Haag’ en haar harde klimaatdoelen en Energieakkoord te zijn gericht, maar meer op initiatieven uit de samenleving. Mede daardoor zal de schaal­sprong die het Energieakkoord beoogt voor veel gemeenten een flinke uitdaging zijn.

Kritisch op eigen uitgaven
Evenals vorig jaar zijn gemeenten kritisch op hun uitgaven in de fysieke leefomgeving, zonder dat dit te veel ten koste gaat van kwaliteit en leefbaarheid. Het ‘risicogestuurd werken’ wordt hierdoor op steeds meer beleidsterreinen gebruikelijk. Bij investeringen in beheer, riolering of het watersysteem wordt eerst zorgvuldig gekeken of het niet een tandje minder kan. De calculerende overheid die prestaties, risico’s en kosten steeds beter afweegt, lijkt zo aan terrein te winnen.

Eigen vastgoed in de verkoop
Veel gemeenten hebben te maken met een toename van leegstand in het eigen vastgoed. De verkoop van gebouwen in gemeentelijk eigendom staat daarom vaak op de agenda. Dit wil echter nog niet altijd vlotten, door slechte marktomstandigheden of omdat het lastig is om het pand een nieuwe functie te geven. Zo kan het gebeuren dat gemeenten nood­ge­dwongen geld uit blijven geven aan het beheer van gebouwen die zij niet meer gebruiken.

Comments are closed.